Onze stad
- Details
- Geschreven door Willem de Vink
Hebben we als christelijke kerk een visie op de verstedelijking van ons land, op onze eigen stad en woonomgeving? Planologen verwachten dat ons land binnen 40 jaar 18 miljoen inwoners telt, dus zullen er nog heel wat plekken volgebouwd moeten worden. De stadsgebieden die de regering heeft aangewezen moeten zich vrij kunnen ontwikkelen om de economie te stimuleren. Randstad-Holland is en blijft de aanjager. Die mag misschien een groen hart hebben, het is voor Europese begrippen een omvangrijk verstedelijkt gebied. Is Nederland met 385 inwoners per vierkante kilometer het dichtstbevolkte land van Europa, de Randstad is met 1000 inwoners per vierkante kilometer een ruimgebouwde deltametropool. Zou de kerk zich niet sterker moeten concentreren op de mogelijkheden om een getuigenis van Jezus Christus te zijn in verstedelijkt gebied?
De verstedelijking van ons land maakt heftige ontwikkelingen door. 1964 was een keerpunt. In dat jaar werd de wederopbouw voltooid en bereikte het gemiddelde inkomen van de plattelanders voor het eerst hetzelfde niveau als de stedelingen. Voor die tijd was de stad rijker. Eeuwenlang was de stad ook christelijker. Dat begon met de stadszending van Paulus in Europese steden als Efeze, Korinte en Rome. Zijn aanpak wierp ondanks heftige weerstand in de prille jaren van het christendom spectaculaire vrucht af. Rond 300 na Christus was de helft van de bevolking in de steden rond de Middellandse Zee christen. Ook in ons land zouden de steden zich eeuwenlang kenmerken door hun christelijke karakter. Heidenen woonden op de hei (ja, daar komt dat woord vandaan), de stad gaf de christelijke toon aan. In elke stad zag je de kerk boven de woningen uittorenen. Sinds de jaren zestig is dat drastisch veranderd. In Amsterdam bijvoorbeeld is minder dan 5% van de bevolking betrokken bij een kerk (landelijk is dat 25%).
Op de agenda
Het heeft er jarenlang op geleken dat christenen zich bij deze tendens neerlegden. Nu, veertig jaar later, zien we een kentering. De stad staat weer op de agenda van christelijke organisaties en kerkgenootschappen. Er is zelfs een stadsnetwerk opgericht waarin kerkstichters en stadswerkers uit reformatorische en evangelische hoek samenkomen, genaamd 'Kerk in de stad'. In verschillende grote steden in ons land worden nieuwe kerken gesticht. De 'kleine eucomenen' (Nederlands gereformeerde, Christelijk gereformeerde en Vrijgemaakte kerken) werken daarin samen, bijvoorbeeld in enkele wijken in Amsterdam en Utrecht. De pioniers worden bijgestaan door Allan Barth, Europees coördinator voor gemeentestichting vanuit de presbyteriaanse Redeemer Church in New York. Tim Keller is daar senior pastor. Je kunt elke maand een preek van hem lezen in CV Koers. Keller, die in Philadelphia praktische theologie doceerde, deed veldonderzoek naar de kansen van de kerk in New York. De kwaliteit van het leven daar bleek steeds slechter te worden, alles werd duurder, de middenklasse trok weg, dus de start van een nieuwe kerk zou alleen maar kunnen slagen met veel steun van buitenaf. Keller verhuisde in 1989 met zijn gezin naar Manhattan om daar een kerk te beginnen. Hij zocht een kerngroep van jonge christenen die relaties onderhielden met niet-christenen in de professionele cultuur. Zo begon hij zijn kerk voor 'yuppen'. Een andere interessante stadsontwikkeling doet zich voor in Berlijn. Hier zochten kerkleiders elkaar op in gebed. Er werken inmiddels enkele honderden kerken samen in evangelisatie en zorg voor de stad, men heeft platforms voor verschillende beroepsgroepen gevormd om te infiltreren in hun vakgebied en er is een predikant vrijgesteld om de missie voor de stad uit te bouwen. Intussen hebben verschillende Nederlandse kerkleiders Berlijn bezocht: 'Gemeinsam für Berlin' is inspiratiebron voor de Rotterdamse kerken om samen te werken vanuit verootmoediging en gebed. In Bergen, Noorwegen, hebben de kerken de handen ineengeslagen om de stad te beïnvloeden met 'lichtpunten' in elke wijk: huizen waar gebeden wordt voor de buren, de straat, de wijk. In allerlei steden borrelen soortgelijke initiatieven op, soms aangezwengeld door een enkele kerk, soms door samenwerkende kerken, ook in ons land.
In Singapore doet de kerk van de charismatische pastor Prince van zich spreken: die groeide in korte tijd uit tot een megakerk, nadat de leiders besloten de kerk te vestigen in Suntec City, het zakelijk hart van de stad. Ik was daar in het voorjaar van 2005 met een paar vrienden. Massa's mensen staan in lange rijen middenin het winkelcentrum van Suntec City voor de ingang van het pand The Rock. Hier houdt New Creation Church elke zondag vier diensten, waar in totaal 12.000 mensen op afkomen. De kerk bezet drie verdiepingen in één van de wolkenkrabbers die de skyline domineren. Zij is een begrip in de stad. De boodschap: rust in Jezus.
Singapore heeft wel wat weg van Rotterdam. Werd in de Tweede Wereldoorlog net zo platgegooid en herrees ook als doorvoerhaven van een groot achterland. De ondernemingszin van Maleiers, Indiërs en Chinezen, gecombineerd met de koloniale kadaverdiscipline van de Britten, leverde een unieke samenleving op. Ondanks alle bedrijvigheid is het er zo schoon dat je van de straat kunt eten. De smeltkroes van hindoes, moslims, boeddhisten, taoïsten en christenen, ondergedompeld in prestigieuze zakelijkheid, geeft deze stadsstaat allure. Toch schuilt er veel leed achter dit succes. Mensen zijn slaaf van hun welvaart, werken dag en nacht. Stress eist meer en meer slachtoffers. Lijkt Nederland wel.
Middenin het zakelijk hart van de stad klinkt het evangelie. Met de nadruk op Gods genade: het gaat God niet om wat je presteert, maar om wat Jezus j in zijn genade wil geven. Hij neemt de angst voor veroordeling weg en geeft je alles waar je van Godswege recht op hebt; redding impliceert voorspoed, geluk, gezondheid, kortom, leven zonder stress. Die boodschap trekt duizenden mensen.
De New Creation Church, opgericht in 1983, maakte in 1996 een bijzondere omslag mee. Voorganger Joseph Prince, toen 32 jaar, kreeg van God op het hart gedrukt om voortaan in zijn onderwijs vooral Gods genade uit te stallen. Dat jaar verdubbelde de gemeente van 600 naar 1200 leden. Momenteel zijn dat er tien keer zoveel. "We hebben geen bijzondere methodes, het Woord doet z'n werk," zegt pastor Prince. De eredienst duurt twee uur, waarin steevast avondmaal wordt gevierd en een uur wordt uitgetrokken voor de verkondiging. De prediking is recht op de man af en voorzien van humor. Je wordt geholpen de bijbel beter te lezen en vanuit de consequenties van het geloof te leven. Dat levert elke week genezingen en bekeringen op. De kerkleden zijn er enthousiast over: ze praten in de metro, bij de maaltijd en waar ze maar kunnen over Jezus en hun bevoorrechte positie als kinderen van God.
Het lijkt alsof oude tijden herleven, toen predikers in de zeventiende eeuw in Engeland en Amerika het Woord met gezag brachten en duizenden mensen trokken. Prince laat zich graag inspireren door deze Puriteinen, maar staat ook middenin het moderne leven. "God wil zijn kinderen gezond en relaxed zien leven en hun gezinsleven zegenen." Hij is ervan overtuigd dat wij daarmee de wereld jaloers maken. Zijn kerk is een begrip in de stad.
In Gods ogen
De stad neemt in Gods scheppingsplan een bijzondere plaats in. God wilde een wereld vol zonen zoals Jezus. Hij begon met een tuin waar vanuit mensen de aarde zouden bevolken. Bij de vervolmaking van Zijn plan zal God bij de mensen wonen in de stad die uit de hemel neerdaalt. Hij is Zelf de Stadsarchitect (Hebr. 11:10). In de theologie is vaak nagedacht over de stad. Dat deed Augustinus al, die de strijd tussen Babylon en Jeruzalem beschreef. Parallel aan de wereldwijde urbanisatie is de belangstelling voor een theologie van de stad toegenomen. Diverse theologen houden zich daarmee bezig. Veel invloed heeft Harvey Cox gehad, met name vanuit de Wereldraad van kerken. Pionier in de evangelische stadstheologie is Donald McGravan, die in 1961 begon met de Church Growth Movement. Roger Greenway schreef in 1974 'Calling our cities to Christ', waarin hij teruggaat naar de basisprincipes van Paulus. Harvey Conn, redacteur van het tijdschrift 'Urban Mission', ontwierp trainingsprogramma's voor stadstheologie in de stad. Greenway en Conn hebben Tim Keller beïnvloed, die bekend werd met zijn Redeemer Church in New York. Recent wordt Raymond Bakke (lid van het Lausanne Comité) vaak aangehaald. Hij legt de nadruk op de zichtbare navolging van Christus in de steden en tussen mensen. Tijdens een symposium van het Nederlandse tijdschrift voor evangelische theologie Soteria zei hij: "Gods Koninkrijksagenda behelst het persoonlijk behoud van mensen én de sociale transformatie van steden."
De Bijbel heeft veel te zeggen over de stad. Steden dienen voor bescherming (Gen. 4:17, Num. 35:6, Ps. 107:7), maar kunnen ook rebellie veroorzaken (Gen. 11:4). Wij mogen onze stad zegenen (Spr. 11:10, 11): Gods goede gaven inbrengen, daar waar tegenstellingen toenemen. Wij mogen de vrede voor de stad zoeken (Jer. 29:7). Temidden van botsende culturen scheppen christenen nieuwe, harmoniërende culturen. Steden hebben een fantastische toekomst als generaties gezond samenleven (Zach. 8:4,5). Steden zijn de droom van iedere evangelist, dat had Paulus al door in zijn strategische aanpak om de heidenen te bereiken (Hand. 16:9,12). Lucas noemt in zijn evangelie en Handelingen de stad zo'n 80 keer. Hij legt een solide basis voor stadszending. Misschien interessant om beide bijbelboeken van dezelfde schrijver die aan de zijde van Paulus optrok eens met die ogen te lezen.
Explosieve groei
Door de groei van de wereldbevolking moeten we onze kijk op steden voortdurend bijstellen. Toen ik voor het eerst in onze atlas thuis de wereldkaart bestudeerde, vond ik daarop tien van die vierkante rode blokjes: wereldsteden met meer dan één miljoen inwoners. Nu bestaan er meer dan 400 megasteden; alleen India heeft er al 32. New York had toen als enige stad meer dan tien miljoen inwoners. In 1995 telde de wereld 14 van die steden, in 2015 zullen dat er 21 zijn. Nu zijn de grootste steden nog Tokio (26 miljoen inwoners), Mexico-stad, Sao Paulo, New York en Bombay, in 2015 zullen de supergiganten allemaal in de derde wereld liggen. In 1900 leefde 10% van de wereldbevolking in de stad, in 1965 35%, nu 55% en dat percentage zal in een drastische curve verder omhoog schieten. Sociologen zijn het over één ding eens: voor de mensen die nu geboren worden zal de kwaliteit van hun leven afhankelijk zijn van de kwaliteit van de steden.
Steden groeien explosief. "De mensheid heeft deze weg nooit eerder bewandeld," zegt stadsdeskundige Ulrich Pfeiffer in National Geographic. Het is duidelijk dat deze groeistuipen dramatische gevolgen hebben. Kijk naar de favelas, slums, shacks, de problemen met drinkwatervoorziening, elektriciteit, huisafval. Toch hoeft het lot van de steden niet perse onmenselijk te zijn. Ooit waren Londen, Parijs en New York in erbarmelijke staat, maar zij zijn veranderd in welvarende metropolen. Ik liep laatst door Singapore, een stad met 4 miljoen inwoners, waar je bij wijze van spreken van de straat kunt eten. Mensen met visie wisten steden aan te pakken. Het waren veelal christenen of mensen met een christelijke achtergrond die hun invloed lieten gelden. Hoe is dat nu?
De kerktorens die eeuwenlang het stadsbeeld domineerden zijn ingehaald door wolkenkrabbers van multinationals en banken. Er woedt een race om het hoogste gebouw ter wereld. New York is van plan op Ground Zero een nieuw hoogterecord neer te zetten. In Utrecht laait regelmatig de discussie op of er hoger gebouwd mag worden dan de Domtoren. Nog steeds niet. Maar ja, Utrecht is vanuit wereldstadperspectief eigenlijk niet meer dan een dorp. Gaat de stadsproblematiek dus aan Nederland voorbij? Ik denk het niet. Ons land worstelt net zo goed met de vraag waar het heen moet met de urbanisatie. Ook hier zijn mensen nodig met een gezonde christelijke visie op de stad en met moed om invloed uit te oefenen. De afstand tussen kerk en stad liegt er niet om. De predikanten van de Noorderkerk in de Amsterdamse Jordaan en de Singelkerk in Utrecht vertelden mij allebei dat zij nauwelijks kerkleden uit de binnenstad hebben. Kijk om je heen: ook onze eigen stad is zendingsgebied.
Etnische muren
De stad verkleurt. Allochtonen zijn vooral aanwezig in de grote steden. De multi-etnische stadssamenleving biedt een enorme uitdaging voor de verspreiding van het Evangelie. Maar wat een muren zijn er om overheen te springen! Volksverhuizingen zijn natuurlijk van alle tijden. Toen ons land nog maar nauwelijks honderdduizend inwoners telde streken 6000 Romeinen in de Rijndelta neer. Rond 1600 kwamen 150.000 protestanten uit Zuid-Nederland naar Noord-Nederland, rond 1700 nog eens 50.000 Franse protestanten. In dezelfde periode staken landarbeiders uit Duitsland massaal onze grenzen over. Amsterdam kreeg Portugese joden te herbergen. Later volgden Chinezen, Indonesiërs, gastarbeiders uit Oost- en Zuid-Europa, Surinamers en Antillianen. Toen kwamen de Turken en Marokkanen en inmiddels mogen we mensen uit Afrika en Azië welkom heten.
Het lijkt alsof de geschiedenis zich herhaalt. Maar schijn bedriegt. Het verschil is dat mensen zich momenteel fysiek wel verplaatsen, maar mentaal toch bij elkaar blijven. Jonge buitenlanders wonen in Nederland, maar kletsen en chatten uitsluitend met de eigen groep en halen hun partners uit het land van herkomst. Er is nauwelijks uitwisseling, laat staan integratie. Vraag het aan een willekeurige leerling op het schoolplein: Dunya en Desie lopen echt niet bij elkaar de deur plat. Lombok, Kanaleneiland, Spangen, Delfshaven, Feyenoord, Bos en Lommer, Bijlmer, Westerpark, Geuzenveld/Slotermeer, Laakkwartier, Schilderswijk... Wijken vol Turken, Surinamers en Marokkanen vallen op, maar er is nog een andere opmerkelijke ontwikkeling gaande. Universiteiten trekken steeds meer buitenlandse studenten, met name uit voormalige Oostblok-landen en Azië. Eindhoven, Delft, Wageningen en Twente tellen eenderde tot de helft buitenlandse promovendi. De traditionele universiteiten hebben minder buitenlandse studenten, maar ook daar loopt het percentage op.
Het is een omvangrijke uitdaging, die volken, stammen, natiën en talen bij ons over de vloer. De vraag is of wij die allochtone instroom ook weten te benaderen met het Evangelie. Welke invloed oefenen we uit? We horen van een enkele bekering, maar dat zijn uitzonderingen. Hoe benaderen we dit deel van de stad? Wie springt met God over die etnische muur? Daar zijn ze, al die mooie mensen om God te prijzen. De hele wereld op ons grondgebied. Maar wel afgescheiden van elkaar. We moeten bidden voor pioniers die de grenzen op die enkele vierkante kilometers van de stad openbreken.
Ruud en Rashid
Mijn vader woonde in de Utrechtse wijk Lombok. Hij zag in een tiental jaren de complete buurt verkleuren. Allochtonen erin, autochtonen eruit. Niks erg, vond hij. Mijn vader hield van vreemde culturen, en kijk: nu ontvouwde zich voor z'n voordeur zomaar een exotische wereld. Hij kon er smeuïge verhalen over vertellen. Maar hij had vooral plezier in de buurtkinderen die één keer in de week over de vloer kwamen. Hij was namelijk met z'n vrouw een kinderclub begonnen. In een hoek van de huiskamer stonden tekenspullen, plakboeken en muziekinstrumenten opgestapeld. En een handjevol kinderbijbels. Want het ging natuurlijk wel over Jezus.
Toen ik nog klein was deden mijn moeder en zus hetzelfde. In de Dichterswijk, een klein Utrechts buurtje dat toen nog zo blank was als karnemelk. Iedere woensdagmiddag werden alle stoelen uit het huis naar de achterkamer gesjouwd en dan volgde een complete samenkomst met liedjes en een bijbelverhaal, afgerond met toepasselijke knutselwerkjes. Ik deed daar zo rond m'n tiende m'n eerste preekervaring op.
Veel later sprak ik in een kerk in Nieuwegein. Daar stapte een jonge vrouw op me af. Ze stelde zich voor en vertelde dat ze in dezelfde straat als ik had gewoond en bij ons thuis over Jezus had horen vertellen. Ze had er jarenlang niks mee gedaan, maar pas geleden was ze toch op zoek gegaan en in deze kerk beland. Het was Jolanda, uit een Rooms-Katholiek gezin. Ze was eigenlijk nog wel erg jong toen ze met haar broer naar de kindersamenkomst kwam en stond bij ons thuis bekend als een broekenplasser. Ik was verrast te horen wat het Evangelie met haar had gedaan.
"Laat de kinderen tot Mij komen," zei Jezus. Kleine zaden brengen soms grote bomen voort. Ik zou willen dat we meer aandacht voor kinderen hadden. Als we aan de stad denken, laten we dan ook aan de stadskinderen denken: Jolanda, Fatima, Ruud, Rashid. Lijkt de stad soms een onneembaar bastion? Hij is nooit te groot of complex om kinderen te vinden. En Jezus is dichtbij genoeg.
Stadscultuur
Wat is er nou zo typisch stads aan de stad en de stadscultuur? Toen ik op m'n veertiende mijn eerste strips publiceerde, droop de stadssfeer eraf. Ik tekende eenzame, anonieme figuren tussen massa's mensen in verkeersdrukte en huizenzeeën. Eigenlijk was die karakterisering een eitje, ik was immers een stadsjochie. Het duurde even voordat ik ontdekte dat het uitmaakt of je in de provincie of in de stad woont.
Wat karakteriseert het stadsleven? Stadssociologen geven vijf kenmerken. Ten eerste massaliteit. De stad is een gigantische 'bijenkorf'. Er is van alles veel en dat ook nog dicht op elkaar. Je kunt erin opgaan, maar je ook verloren voelen. Ten tweede heterogeniteit. De stad is een 'caleidoscoop' van netwerken en subculturen. Er zijn grote verschillen in opleiding, beroep, inkomen, levensbeschouwing, leefwijze. Je kunt je gewoon of extreem gedragen, het maakt niet uit. Ten derde mobiliteit. Je kunt de stad vergelijken met een krioelend 'mierennest'. Er is altijd beweging, verandering. Mensen gaan de stad in en uit, van wonen naar werken naar vermaak. Je moet er wel flexibel en snel zijn. Ten vierde complexiteit. De stad is een onoverzichtelijk 'doolhof'. Er is van alles méér, met grote verschillen op allerlei niveaus, waarbij mensen in meerdere domeinen verkeren (familie, buurt, werk, vrije tijd) en meerdere rollen spelen. Dat vraagt om afscherming en assertiviteit. Tenslotte centraliteit. De stad is een 'brandpunt' van bedrijvigheid, innovatie en vernieuwing. Door de schaalvergroting en integratie vormt de stad een machtscentrum. Zij oefent grote aantrekkingskracht en invloed uit op haar omgeving. Je voelt je al snel wereldwijs en trendy.
Noem de stad een bijenkorf, caleidoscoop, mierennest, doolhof of brandpunt, het is in ieder geval een gecompliceerde levensvorm, die steeds weer verwondert en fascineert, maar ook afstoot en angst inboezemt. Onder christenen heerst nogal eens een anti-stedelijk sentiment, waarbij de stad als Babylon wordt afgeschilderd. Maar met deze visie gaan we voorbij aan Gods liefde voor mensen. Ik kan me goed vinden in de woorden van stadssocioloog Brunt, die de stad beschrijft als 'een gebied waar menselijk drama zich sterker manifesteert dan waar ook.' Het is daarom niet verwonderlijk dat Jezus Zijn discipelen (op Judas na allemaal plattelanders) meenam naar de stad om juist van daaruit een beweging op gang te brengen. De eerste kerk werd gevestigd in Jeruzalem. Ik vind het een van de meest ontroerende en inspirerende momenten in Jezus' leven als Hij de stad nadert en begint te huilen.
Ezels gezocht
We zien hoeveel Jezus van de stad houdt als Hij Jeruzalem binnenrijdt. In Lucas 19 lezen we dat Hij dan huilt. Hij ziet die complexe en intense stadssamenleving en doorziet het contrast tussen de druk van de tijdgeest en de vrede die God de stad wil geven. Dat brengt een diepe ontroering bij Hem teweeg. Zo is onze Meester: bewogen met mensen. Ik vraag mezelf wel eens af of ik deze bewogenheid mee kan voelen. Ik probeer mijn ogen te oefenen om te zien wat Hij in de stad zag, maar misschien moeten ik me eerst maar eens identificeren met het ezelsveulen waarop Jezus Jeruzalem binnen reed. Laten we eens inzoomen op die ezel. Het verhaal begint ermee dat Jezus in een dorp buiten de stad twee van Zijn volgelingen erop uit stuurt om een jonge ezel los te maken en bij Hem te brengen. Zij moeten tegen de eigenaar zeggen dat Jezus het dier nodig heeft. Als Hij op het ezelsveulen Jeruzalem binnenrijdt, wordt Hij door de menigte toegejuicht. Johannes ontdekt dat hier een profetie uit Zacharia in vervulling gaat, die erover schreef dat de Koning zou komen op een ezel. Geweldig, die Koning, maar waarom nu speciaal op zo'n ezel? Misschien omdat het eerste jong van een ezel een bijzondere achtergrond had. Het was als offerdier bestemd. Maar de eigenaar kon zijn verplichting om het ezelsveulen te offeren inruilen voor een lam.
Probeer je nu eens in te denken dat jij de ezel bent die Jezus de stad in draagt. Precies: jij mag de Koning dienen omdat er in jouw plaats een offerlam stierf. Jezus zegt: "Ik heb je nodig." Vervolgens moet je losgemaakt worden om Hem met je mee te dragen de stad in. Daar ga je dan, geroepen en losgemaakt, als dienaar van Jezus. Zo draag je Jezus' liefde en bewogenheid met je mee, maar ook Zijn koninklijke waardigheid en gezag. Jezus wil de stad binnen komen, gedragen door zulke ezels. Laat de poorten zich dan maar groot maken, de oude, vervallen en in onze ogen problematische stadsingangen, want de Koning der ere zal de stad binnengaan, zoals dat in Psalm 24 staat. 'Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, aloude ingangen!' Zie je het voor je? Jezus komt de stad binnen op de rug van ezels zoals jij en ik.
Houding
Het ziet er dramatisch uit als een kerk in de binnenstad wordt gesloten of wordt omgebouwd tot appartementencomplex, sportzaal of moskee. Nog dramatischer is het als christenen de stad de rug toekeren. Telkens als iemand een straat of wijk verlaat, een school of bedrijf, verliest het evangelie terrein. Het kan ook anders. Jesaja profeteert (in hoofdstuk 26): 'Open de poorten, opdat een rechtvaardig volk binnengaat, dat Gods Woord bewaart.' Wat is onze houding tegenover de stad? Siebrand Wierda, die zich als predikant in Amsterdam nestelde om daar een kerk te stichten, beschrijft de houding die christenen tegenover de stad kunnen aannemen. Hij noemt vijf mogelijkheden.
1. Je kunt 'van' de stad zijn. Dan verlies je je identiteit als christen en heb je niks voor de stad te betekenen.
2. Je kunt 'tegen' de stad zijn. Dan isoleer je je en trek je je terug in je 'Bible Belt'.
3. Je kunt 'boven' de stad zijn. Wel aanwezig, maar uit de hoogte, op afstand.
4. Je kunt 'naast' de stad zijn. Je kijkt ernaar, loopt ermee op, komt af en toe langszij om te helpen, maar er is geen wisselwerking.
5. Je kunt ook 'in' de stad zijn. Dan ben je waar Jezus is.
Ben je in de stad, dan laat je je erdoor beïnvloeden. Je leeft het stadsleven, waardeert het goede erin, deelt de pijn, identificeert je ermee. Maar je beïnvloedt ook. Je houdt van de stadsmensen, je dient, corrigeert en toont het goede voorbeeld. Je bidt voor de stad, doet goed, spreekt van genade. Er is een wisselwerking, een relatie. De Bijbel spreekt over de rechtvaardigen in de stad die van invloed zijn met Gods genade. Jezus ging de stad binnen. Hij is erin en verwacht van mij net zo'n houding.
Verandering
Velen van ons voelen niet veel voor de stad. We kunnen een hele waslijst opsommen waarom de stad niet deugt. Onveiligheid op straat. Zinloos geweld. Onbeschofte omgang in de publieke ruimte. Agressief verkeersgedrag. Openbare dronkenschap. Grote en kleine criminaliteit. Onverschilligheid. Burengerucht. Drugsoverlast. Vreemde culturen. Zwerfvuil. Hondenpoep. Wildplassers. We wenden ons er het liefst van af. Wat moet God doen om onze aandacht te trekken voor de stad? Zijn dienaren meesleuren tot voor de poorten van de hel om hen op andere gedachten te brengen? Jona kon het zich niet voorstellen dat God iets goeds van plan was met de stad. Hij predikte het oordeel, maar God schonk genade. Daar stond hij wel even van te kijken. De stad onderging een metamorfose.
Het Evangelie kan complete steden veranderen. De eerste preek die Jezus ons meegeeft staat in de context van de stad. Hij citeert de bekende woorden uit Jesaja 61, waarmee Hij Zijn eigen missie aangeeft om het Evangelie te brengen en het aangename jaar des Heren te verkondigen. Lees je in Jesaja verder over dit aangename jaar, dan vind je hier de mensen die door God in goede aarde zijn geplant. Het zijn de mensen die Jezus in Johannes 15 Zijn volgelingen noemt, die veel vrucht zullen dragen als ze in Hem blijven. Wat doen die mensen? In Jesaja 61 staat dat zij de steden die in puin liggen zullen vernieuwen. De verkondiging van het Evangelie leidt tot vernieuwing van de steden!
God wil het goede voor de steden. Het goede dat wij elkaar toewensen, wenst God de steden toe. Hij koestert gedachten van vrede, niet van onheil. Hij wil een hoopvolle toekomst geven. Deze populaire wenstekst uit Jeremia 29 slaat op de stad. Er gaat een opdracht vooraf aan de zegen die God belooft: 'Zoek de vrede voor de stad... bid voor haar.'
Ménsen!
Gods dienstknechten hebben een speciale taak in de stad. Zij kunnen er leven brengen en redding. Maar zij kunnen het ook laten afweten. Sodom en Gomorra werden niet getroffen vanwege de zonde die daar vrij spel had, maar vanwege het gebrek aan rechtvaardigen. Abraham, geshockeerd door het einde van beide steden, zou zijn geloofsoog oefenen en een stad voor zich zien vol rechtvaardigen, waar God de Bouwmeester van zou zijn.
Het Evangelie heeft de kracht om mensen te veranderen, maar ook complete samenlevingsvormen. Wat geloven wij? Hebben wij visie voor onze stad? Bidden we dat Gods Koninkrijk zal komen en Zijn wil zal geschieden? Wat stellen we ons daarbij voor? God wil Zijn vingerafdruk terugzien in individuele mensen en gezinnen, in het onderwijs, de politiek, het zakenleven, de kunst en cultuur, op straat, in de wijk en overal in de stad.
Floyd McClung woonde indertijd als directeur van Jeugd met een Opdracht in Amsterdam. Hij vertelde hoe hij in verlegenheid kwam toen hij zakenmensen rondleidde in de rosse buurt, en een paar prostituees tegen kwam die hij en zijn vrouw kenden. Hij besloot Alice en Maria toch maar vriendelijk te groeten. Later sprak hij één van die zakenlui weer. "Ik wil je bedanken," zei deze man, "tot op dat moment had ik alleen maar pooiers en prostituees gezien, maar toen jij die meisjes bij naam noemde, zag ik voor het eerst ménsen." Een actuele les. Misschien kunnen we als kerken en gemeenten onze stad niet op onze schouders nemen, maar we kunnen wel mensen in ons hart en onze gebeden dragen en zo beïnvloeden dat zij de stad tot eer van God veranderen.
Opwekking
In het bijbelboek Handelingen lezen we dat de vroege kerk in navolging van Jezus Christus en vol van de Heilige Geest de toenmalige wereld op z'n kop zette. Massa's mensen, hele steden en complete provincies werden beïnvloed door het Evangelie. Door Gods genade, de bijzondere levensstijl van de christenen, de verkondiging van het Woord en het werk van de Heilige Geest kwamen veel mensen tot geloof en erkenden Jezus Christus als Heer. Tekenen en wonderen volgden. De samenleving kreeg een ander aanzien. Tegenwoordig zouden we dat 'opwekking' noemen, om het verschil aan te geven met het 'normale christelijke leven' zoals wij dat kennen. Maar zouden we ons normale christelijke leven niet moeten meten aan de kwaliteit van de christengemeenschap van de eerste eeuw? En zouden we niet moeten erkennen dat we als individuen en kerken door God moeten worden 'opgewekt'?
Een opwekking is een geestelijke doorbraak, waarbij mensen massaal tot bekering komen en Jezus Christus in de praktijk van het dagelijks leven gaan dienen als hun Heer. Dat mondt uit in een reformatie, die de structuren van de samenleving verandert en merkbaar wordt in het onderwijs, de politiek, kunst en cultuur, op straat en in het gezinsleven. Aan opwekking en reformatie gaat vernieuwing vooraf. De kerk komt door Gods genade, een krachtige prediking van Gods Woord en het werk van de Heilige Geest tot een vernieuwd geloof, waardoor zij een sterke invloed gaat uitoefenen op haar omgeving. We weten uit de Bijbel en de kerkgeschiedenis dat elke geestelijke herleving vooraf wordt gegaan door een periode van intensief eensgezind gebed, dat leidt tot verootmoediging en 'verbondsvernieuwing' (het herstel van onze relatie met God, vanuit een onvoorwaardelijke overgave aan Hem). Dat raakt de complete samenleving. 'Wanneer mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, zich verootmoedigt en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen' (2 Kron. 7:14).
Transformatie
Marc van der Woude van Joël Nieuws signaleert dat op dit moment wereldwijd christenen zich verootmoedigen in gebed. In vrijwel elk land groeit de gebedsbeweging, gelukkig ook in Nederland. Hier is het aantal gebedsinitiatieven de laatste jaren verdubbeld. Er is een beweging van eenheid op gang gekomen, waarbij christenen en kerken elkaar vinden in gebed, ongeacht de verschillen in achtergrond. We mogen ervan uitgaan dat deze beweging door de Heilige Geest is ingezet en zal kunnen leiden tot een bijzondere geloofsvernieuwing in de kerk en een vernieuwd missionair elan dat heel Nederland beïnvloedt. Immers - gebed, getuigenis en groei gaan in elke beweging van God hand in hand.
Het gevolg van eensgezind en volhardend gebed is een 'open hemel'. Door het gebed van christenen worden duistere, demonische machten verzwakt en neemt de activiteit van de Heilige Geest toe. Geloof je dat de stad inderdaad door God aangepakt kan worden? Probeer eens met andere ogen naar je omgeving te kijken, met verwachting dat God mensen kan veranderen. Pak bijvoorbeeld eens een kaart van de stad en markeer daarop met een stift alle plaatsen waarvan je weet dat christenen samenkomen (kerken, gebedsgroepen, wijkprojecten, huizen, scholen, etc.). Stelt je eens voor dat op al deze plaatsen zou worden gebeden voor de omgeving. Zou dat mensen veranderen? En zou dat invloed hebben op het geestelijk klimaat van onze stad? Ongetwijfeld! De vele verhalen die we momenteel vanuit de hele wereld te horen en te zien krijgen over opwekking bevestigen dat. (Bekijk de video's 'Transformations' maar eens, waar verslag wordt gedaan van veranderde gebieden in vele delen van de wereld.)
Uitgangspunten
Durven we anders te gaan denken over de mogelijkheden voor het Evangelie in onze woonplaats? We zullen het over de volgende principes eens moeten zijn om een verandering in Nederland te zien.
1. Er is een gemeenschappelijke visie nodig: Onze stad optimaal beïnvloed met het Evangelie van Jezus Christus. Mensen kúnnen veranderen, ook in onze eigen woonplaats. Jezus zei: "Mij is gegeven alle macht, in de hemel en op de aarde" (Matt. 28:18).
2. Er is een gemeenschappelijke strategie nodig van gebed, getuigenis en groei. Alle volgelingen van Jezus Christus hebben de opdracht daaraan mee te werken. Jezus zei: "Gaat dan henen in de gehele wereld, maakt al de volken tot mijn discipelen..." (Matt. 28:19 en 20).
3. Er is een gemeenschappelijk, eenparig gebed nodig. Allereerst in onze eigen kerk, maar ook over onze kerkmuren heen. Het plaatselijke lichaam van Christus bestaat uit alle volgelingen van Jezus Christus uit alle kerken in dezelfde woonplaats. Zij moeten gezamenlijk bidden en begeren dat God een verandering bewerkt in hun plaatsgenoten. Zoals in de eerste gemeente: En de menigte van hen, die tot geloof gekomen waren, was één van hart en ziel... (Hand. 4:31).
4. Geestelijke leiders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor hun woonplaats. Zij moeten eendrachtig, volhardend, opofferingsgezind leiderschap tonen, toegewijd aan de eigen omgeving. De eerste christenen baden: "Geef uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken..." (Hand. 4:29).
Adoptie
Hoe is het mogelijk om onze stad te beïnvloeden met het Evangelie van Jezus Christus? De kerngedachte om dit te bereiken is adoptie. Individuele christenen, gebedsgroepen en kerken adopteren ieder een straat, wijk, school, faculteit of bedrijf. Zij bidden voor alle mensen in dit adoptiegebied, getuigen van het Evangelie door middel van dienstbetoon en uitleg en bereiden zich in hun kerken en kringen voor op instroom en groei. Zij vormen lichtpunten door heel de stad. Dat kun je als individuele christen doen, maar liever met een aantal mensen, als gezin, gebedsgroep, kring of gemeente.
De tijd is rijp om ons gebed als het ware 'benen' te geven door ons te richten op een praktische, zichtbare uitwerking. Gebed voor opwekking en een verandering van de samenleving begint dicht bij huis. Dat stelt ons voor een uitdaging: bidden we alleen maar, of zetten we ook stappen die tot verandering kunnen leiden? Naast gebed wordt er om getuigenis gevraagd. Een demonstratie van ons geloof in dienstbetoon en zorg voor onze omgeving en een vrijmoedige uitleg van wat we geloven. We richten overal lichtpunten op. De uitdaging is om niet af en toe één lichtbundel uit een of andere hoek te laten schijnen, maar een offensief van lichtpunten van eensgezind gebed en getuigenis voor de héle stad.
Eigen omgeving
We hoeven niet te wachten tot iedere christen aan de slag gaat. Als Gods Geest je aanspreekt kun je zelf van start gaan. De vraag hoe je kunt beginnen is eenvoudig te beantwoorden: in jouw eigen leven en jouw eigen omgeving - daar waar het er het meest op aankomt. Als je gaat bidden voor opwekking in je eigen straat, school, faculteit of werkplek, wordt het opeens veel persoonlijker en concreter. En enger, want nu kun je niet meer afzijdig blijven. Maar ook spannender, want je gaat ervaren dat God jouw gebed verhoort en gaat werken in de mensen om je heen. Stukje bij beetje verandert jouw omgeving. De mensen worden meer open voor het Evangelie. Sommigen zullen naar je toe komen voor advies. Ze stellen jouw gebed op prijs. En wellicht zullen er zijn die zich omkeren naar God!
God zet ons nooit zomaar ergens neer; Hij heeft daar een bedoeling mee. Hij wil dat zijn Koninkrijk komt, in alle lagen van de maatschappij. Voor de meeste christenen is het gebied waar God hen heeft geroepen de plek waar ze in het dagelijks leven de meeste tijd doorbrengen: hun straat of wijk, school of universiteit, werkplaats of kantoor. Juist daar wil Hij zijn Koninkrijk vestigen en mensen met zijn Geest bereiken. Hoe? Door jouw gebed en getuigenis. God heeft ons allemaal een gebied toevertrouwd, een stukje 'beloofd land'. Dat is de omgeving waar we wonen, studeren of werken, tussen de mensen die we kennen. Net als Abraham mogen we het biddend doorlopen, net als Jozua mogen we het innemen. Wat is jouw 'beloofde land'? Voor welke mensen in welk gebied heeft God jou bewogenheid gegeven?
Afbakening
Als je weet welk gebied God jou heeft toevertrouwd, baken het dan af. Je kunt liefde voor de hele wereld, een compleet land of een stad ervaren, maar gebedsverantwoordelijkheid voor zo'n omvangrijk gebied is moeilijk te concretiseren. Je leeft en studeert of werkt in een specifieke omgeving. Beperk jezelf tot dit gebied en deze mensen. Op die manier kun je geconcentreerd bidden en zul je concrete resultaten zien.
Er zijn vier gebieden waarop je je kunt richten:
a. Je eigen straat of wijk. Baken dit gebedsgebied wel realistisch af. Een woonwijk van duizend mensen is moeilijk te behappen. Het pleintje waar je woont met vijftien huishoudens is eenvoudiger. Je kunt dan met naam en toenaam voor de mensen bidden.
b. Je klas, school of faculteit. Misschien geeft God je binnen je klas enkele specifieke mensen waar Hij wil dat je voor bidt. Klasgenoten, docenten. Of misschien geeft Hij je de opdracht een gebedsgroep op je school of universiteit te starten, zodat je samen voor meer mensen kunt bidden.
c. Je afdeling, bedrijf, organisatie. Baken ook hier een gebied af en bid voor een aantal collega's. Wellicht vind je christen-collega's om samen mee te bidden voor mensen op het werk.
d. Een specifieke doelgroep waar God je bewogenheid voor geeft (bijvoorbeeld het college van B&W, zakenmensen, de politie, mediamensen, allochtone jongeren in de wijk, ouderen, zieken, moslims). In alle gevallen is het belangrijk dat je mensen met naam noemt in jouw gebeden en dat je informatie inwint waar je in gebed voor kunt volharden.
Bidden en handelen met gezag
Als je je straat, wijk, school, faculteit of werkplek als jouw 'beloofde land' gaat zien, gebeurt er iets met jezelf. Je gaat een roepingsbesef ontwikkelen. Veel christenen kunnen niet goed aangeven waar God hen een opdracht voor geeft, maar roeping begint daar waar we de mensen in onze directe omgeving in gebed adopteren. Als je een gebied adopteert, zul je merken dat je daar anders voor gaat bidden. Het vrijblijvende gaat eraf. Je bent betrokken en bidt met gezag en verwachting. Je gaat ook anders in je omgeving staan. Het is niet meer 'een gebied', maar 'jouw gebied'. Je stelt je niet langer op als een willekeurige buurman, collega of klasgenoot, maar als degene die Jezus Christus op die plek vertegenwoordigt. Je bent die buurman, collega of klasgenoot die Jezus kent en overbrengt. Veel christenen die hun eigen gebied hebben geadopteerd, merken dat God als gevolg van hun gebed bijzondere openingen voor het Evangelie geeft. Ze gaan ervaren wat het is om door God gebruikt te worden!
We hebben allemaal een 'comfort zone': het gebied waarbinnen we ons veilig en gemakkelijk voelen. Maar wat doe je als je buurvrouw ziek is en de Heilige Geest aandringt om voor haar te bidden? Of je weet dat er op je werk gerommeld wordt met de boeken en niemand zegt er wat van? Of er is een leerling in je klas die door iedereen wordt geminacht en de Heilige Geest zegt: "Bouw vriendschap met hem op"? Ben je dan bereid je nek uit te steken? Als je voor mensen gaat bidden, kan het zijn dat God je uitdaagt om uit jouw vertrouwde wereldje te stappen. Eigenlijk vraagt elke stap in geloof vertrouwen in God. Als je eenvoudig doet wat God in je hart legt, ontvang je moed en kracht en kan Hij zijn werk door je heen doen. Niets mooier dan dat!
Onderzoek
Het is belangrijk om je eigen gebied te kennen. Dat helpt je om voor concrete zaken te bidden en gerichte veranderingen te verwachten. De volgende vijf vragen kunnen je helpen om de mensen in jouw gebied beter in kaart te brengen: Wie zijn de beïnvloeders in mijn gebied? Wie zijn de kwetsbaren? Wie staan er open voor het Evangelie? Wie hebben de meeste weerstand tegen het Evangelie? Welke christenen zijn ook in mijn gebied actief en hoe kunnen we samenwerken?
Als we ons gebied hebben vastgesteld en mogelijk medestrijders voor hetzelfde gebied hebben gevonden, kunnen we beginnen om samen voor mensen en situaties te bidden. De Heilige Geest gebruikt ons gebed om in de levens van deze mensen te werken. In gebed werken we als het ware met Hem mee als partners. Hij heeft een bijzondere bedoeling met ons gebed. Laten we de beloften van Jezus ter harte nemen: "Wederom, voorwaar Ik zeg u, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun ten deel zal vallen van mijn Vader, die in de hemelen is. Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden" (Matt. 18:19 en 20).
Concreet bidden
Bidden is niet zo ingewikkeld. Het begint met een goed woord doen voor onze buren, klasgenoten, collega's. Hen zegenen. Zegenen is uitspreken wat God in hun leven wil doen. Dat Jezus voor hen is gestorven en wil dat ze Hem leren kennen. Dat God een bestemming met hun leven heeft en een 'hoopvolle toekomst'. Paulus begon al zijn brieven met een zegenbede. Vervolgens kun je alles bidden voor de mensen die je hebt geadopteerd wat de Heilige Geest je te binnen brengt. Het helpt om een lijstje met namen te maken en mensen bij naam te noemen. God is een persoonlijk God en wil heel persoonlijk en 'op maat' in hun leven werkzaam zijn. Suggesties voor gebed:
- Noem de mensen bij naam als je voor hen bidt en vraag God of Hij wil voorzien in hun noden.
- Vraag de Heer om je kansen te geven om je buren, klasgenoten of collega's beter te leren kennen. Vraag ook of Hij de relaties wil bouwen.
- Vraag de Heer je te laten zien hoe je deze mensen kunt helpen in zorg en dienstbetoon.
- Bid om openingen voor het Evangelie en vrijmoedigheid om te getuigen.
- Vraag God om de 'geestelijke ogen' van mensen te openen en hen te bevrijden uit hun geestelijke gevangenschap. Vraag Hem om deze mensen oren te geven om te horen, geloof om te geloven en de wil om te reageren.
- Bid om een gelegenheid om mensen uit te nodigen bij je thuis of voor een viering in de kerk.
Bidden is geen eenrichtingsverkeer. We zeggen dingen tegen God, maar Hij wil ook dingen tegen ons zeggen. Geven we Hem de kans daartoe? We mogen in ons gebed leren om naar Hem te luisteren. Hij wil spreken door de Bijbel, maar ook door ons dingen in gedachten te geven. Als je voor mensen bidt, kan God je bepaalde indrukken geven. Dat kan een bijbelgedeelte, een gedachte of een beeld zijn dat je vervolgens in je gebed verwoordt, maar ook een idee om mensen te bemoedigen of praktisch te helpen. Zo was er iemand die van God de gedachte kreeg om een van haar buren een bloemetje te brengen. Dat was op dat moment precies in de roos en er volgde een heel gesprek over de zorgen die deze buurvrouw had. Iemand anders kreeg de gedachte om specifieke bijbelgedeelten uit te spreken in zijn gebed voor een winkelcentrum waar veel vandalisme en criminaliteit heerste. Dat veranderde het geestelijk klimaat in die buurt; de overlast nam af en het winkelcentrum werd een veilige plaats. Als we naar God luisteren en op basis van de bijbelgedeelten of indrukken die Hij geeft bidden, spreken en handelen, kunnen situaties veranderen.
Een plaats van gebed
Steeds meer christenen wijden hun huis toe als een plaats van gebed. Ook in een groeiend aantal bedrijven, scholen en universiteiten slaan christenen de handen ineen om te bidden. Als dat mogelijk is, kan een vaste plaats helpen om geconcentreerd te bidden. Je geeft jouw gebedsactiviteiten meer gewicht als je een plaats apart zet voor God. Daarmee zend je als het ware een boodschap uit in de hemelse gewesten: "Op deze plaats wordt gebeden voor deze straat, wijk, school, faculteit of werkplaats. We brengen dit gebied binnen de invloedssfeer van het Koninkrijk van God en ontzeggen de machten van de duisternis hun zeggenschap over de mensen die hier bivakkeren." Je kunt dus een lichtpunt beginnen door een specifieke ruimte te benutten voor gebed (bijvoorbeeld een kamer of een hoek in huis, school of kantoor). Je kunt de ruimte zo inrichten dat je kunt zitten en knielen en aantekenmateriaal, een gebedsboek, bijbel en andere spullen bij de hand hebt. Denk bijvoorbeeld ook aan een prikbord of muziekinstrument. Op die plaats verbind je je in gebed met andere christenen. Je wijdt je samen toe aan God, elkaar en de mensen voor wie je bidt.
Je kunt al een lichtpunt starten met twee of drie mensen. Als twee of drie christenen bijeenkomen in Jezus' naam en de Vader iets eenparig vragen, zal het hen niet onthouden worden. Ook zegt de Bijbel dat een drievoudig snoer niet makkelijk verbroken kan worden (Pred. 4:12) . Het principe van een gebedstrio is dat drie christenen op regelmatige basis samen bidden voor in totaal negen mensen in hun directe omgeving die Jezus nog niet kennen.
Een actieve manier van bidden is gebedswandelen. Je loopt dan biddend door jouw straat, school, universiteit of bedrijf en bidt voor de mensen die je ziet. Vaak laat God je tijdens het wandelen dingen zien die je in je binnenkamer niet zo snel opmerkt en kun je daar specifiek voor bidden. Er zijn ook bidders die al wandelend zwerfvuil opruimen (uit dienstbaarheid en als teken van de reiniging die God mensen wil geven). Je kunt in jezelf bidden of hardop, dat maakt niet uit, maar geef voorbijgangers geen aanstoot. Het is goed gebruik bij gebedswandelen om je ogen open te houden, al was het maar om niet tegen een lantaarnpaal aan te lopen.
Zorgdragen en Jezus delen
Als wij bidden, opent God deuren naar de harten van mensen. We moeten die kansen benutten en ons getuigenis tonen! Evangeliseren kan op verschillende manieren. Niet iedereen hoeft in een winkelcentrum opwekkingsliedjes te gaan zingen of met folders langs de deur te gaan. Wat we wel allemaal kunnen doen, en wat een geweldige vervulling geeft, is een laagdrempelige, getuigende levensstijl ontwikkelen. Vrienden maken, mensen dienen en - als God daar de gelegenheid voor geeft - mensen met Jezus Christus in contact brengen. Op een heel normale, ontspannen manier. Zo'n levensstijl bestaat uit vier elementen:
a. Maak vrienden. Niet om mensen te 'bekeren' (dat kan alleen de Heilige Geest), maar vriendschap omdat God een God van vriendschap en relatie is. In deze tijd van eenzaamheid en oppervlakkigheid voorziet vriendschap in een enorme behoefte.
b. Vertel verhalen. We schromen als christenen vaak om te praten over Jezus, de kerk of ons geestelijk leven. Maar in de wereld om ons heen is een ware opleving van spiritualiteit aan de gang. Het is normaal om over God en geestelijke zaken te praten. Een verhaal over iets wat je hebt meegemaakt met God en wat jouw leven heeft veranderd, of een getuigenis dat je in een christelijk tijdschrift hebt gelezen, of een boeiend levensprincipe dat je in de Bijbel hebt ontdekt kan andersdenkenden interesseren. Mensen hebben respect voor iemand met een overtuiging. Het kan nieuwsgierigheid of honger in hen opwekken. Uit de evangeliën kunnen we leren hoe Jezus met mensen omging. Hij drong zich nooit op, maar reageerde op de noden en kansen die zich voordeden als door de Vader gegeven mogelijkheden om het Koninkrijk dichterbij te brengen.
c. Geef cadeautjes. Een gevende, ruimhartige levensstijl maakt iets los bij mensen. Een kaart of attentie als iemand jarig of ziek is, of een kindje heeft gekregen. Iemand uitnodigen voor een 'bakkie' of 'lunch' op jouw kosten. Vriendelijkheid, ook naar mensen die je niet zo erg mag. Iemand jouw diensten aanbieden. Altijd klaar staan om jouw spullen uit te lenen. Dat schept openheid.
d. Organiseer feestjes. Jezus hield van feest en vergeleek zijn Koninkrijk vaak met een feest. Wie het leven kan vieren en daar de mensen om zich heen in kan betrekken, creëert gemeenschap. Dat kan door samen met een collega een biertje te pakken na werktijd, door op vrijdagavond een pizzaparty te houden in jouw huis waar iedereen welkom is en nog op tal van andere creatieve manieren. Zoek aanleidingen om iets te vieren, creëer mijlpalen, breng mensen in een blijmoedige, ontspannen sfeer bij elkaar.
Nog een goede manier om de waarden van het Koninkrijk van God tot uitdrukking te brengen in onze omgeving is door in de 'tegengestelde geest' te bidden en te handelen. Hangt er in jouw wijk een sfeer van depressie, bid en leef dan bewust vanuit de hoop van blijdschap in God. Is een collega op je werk erg onvriendelijk, wees dan juist vriendelijk naar hem of haar toe. Wordt een klasgenoot, leraar of collega door anderen geminacht, geef dan juist aandacht, vriendschap en barmhartigheid. Leeft iedereen in de buurt voor zichzelf en spreekt niemand elkaar aan in de lift, begin dan juist een praatje en maak er een doelstelling van om 'gemeenschap' in de wijk te creëren. De vroege kerk in Handelingen vormde een tegencultuur. De christenen werden gedreven door liefde, vrijgevigheid, opofferingsgezindheid en gastvrijheid 'in de Geest van Christus'. Dat intrigeerde de mensen van die tijd - die christenen hadden iets wat zij niet hadden!
Discipelschapshuizen
Tenslotte wil ik nog wijzen op de mogelijkheid om studenten op intensieve wijze te betrekken in visie voor de stad, namelijk door middel van 'dsicipelschapshuizen'.
Ik zie onder christen-jongeren twee opmerkelijke ontwikkelingen. De een is vrij recent en logenstraft het idee dat het onder hen allemaal draait om consumptie. Ik constateer namelijk een toenemende honger naar genade en waarheid. Jongeren willen weten in wie ze geloven en wat ze geloven. Ze vragen om een gezond Godsbeeld en zelfbeeld om daarmee de wereld tegemoet te treden. Daar willen ze graag in getraind worden, niet vanuit methodes, maar vanuit het gezag van Gods Woord, gerelateerd aan de praktijk van het dagelijks leven. Ze hebben dat nodig om in de wereld sterk te staan en dat weten ze.
Daarnaast signaleer ik de vraag naar ondersteuning door ouderen. Ze noemen die coaches of mentoren, maar feitelijk bedoelen ze geestelijke vaders en moeders.
Het is niet moeilijk om in deze twee ontwikkelingen mogelijkheden te zien voor discipelschap. Maar een wekelijkse studie of kring volstaan niet. In het versnipperde leven van studenten is zoiets te vrijblijvend. Zo maak je geen discipelen.
Dan is er nog een behoefte onder jongeren, die heel banaal lijkt, maar wellicht een sleutel vormt om op een intensieve manier studenten te betrekken in discipelschap. Er is een landelijk probleem rond jongerenhuisvesting. Studenten zoeken woonruimte. Als ze geluk hebben vinden ze die in studentenhuizen. Ik zie mogelijkheden om de behoeften aan discipelschapsvorming en woonruimte te combineren in 'discipelschapshuizen'.
Studenten hebben behoefte aan:
- Genade en waarheid
- Coaching
- Een plek om te wonen
Discipelschapshuizen in universiteitssteden kunnen dat bieden.
Hoe zou dat gerealiseerd kunnen worden? Christen-zakenlieden stellen panden in universiteitssteden beschikbaar. Eén of meerdere echtparen gaan er wonen als gastgezin.
In het discipelschapshuis stromen uitsluitend eerste jaars studenten in, waar vier jaar in geïnvesteerd kan worden. Zij worden stevig geselecteerd en gaan een commitment aan dat ze in huis twee jaar een discipelschapsprogramma doorlopen. Dat kost ze vier dagen in de week een uur (naast persoonlijke bijbelstudie). De gastgezinnen geven die training, of coaches en leraren vliegen in om die te geven. De vierde dag is er een gezamenlijke maaltijd met alle bewoners waar de 'huisraad' plaatsvindt. Het trainingsprogramma in dit eerste jaar draait voornamelijk om genade en waarheid en gaat over Godsbeeld en zelfbeeld.
Tweede jaars studenten krijgen op dezelfde manier training, maar worden ook gestimuleerd om naar buiten gericht te zijn. Het is een vorm van leiderschapstraining om zelf discipelen te maken.
Derde jaars moeten het huis uit om temidden van medestudenten te leven die God niet kennen. Zij worden nog steeds vanuit het dsicipelschapshuis gecoacht en krijgen additioneel leiderschapstraining. Zij worden zelf coaches van jong-gelovigen, liefst in dezelfde studierichting op de faculteit of in de discipelschapshuizen.
Vierde jaars worden gecoacht en voorbereid om hun ervaring mee te nemen in de praktijk van hun beroep. Er ontstaan op het gebied van discipelschap beroepsnetwerken.
Mogelijk komen er in universiteitssteden in heel Europa van deze discipelschapshuizen en kan er uitwisseling plaatsvinden, wat internationale netwerken oplevert en een meerwaarde geeft die ook na de studie z'n uitwerking kan hebben.
Studenten die dit missionaire discipelschapsporgramma hebben doorlopen zijn klaar om zelf van invloed te zijn in hun beroep, zij kunnen als coach of leraar gaan meedraaien in discipelschapshuizen, in hun kerk een celgroep leiden, of een gemeente stichten.
Ik denk dat God veel ouderen roept om beschikbaar te zijn voor jongeren, maar dat deze mensen vaak geen idee hebben wat ze voor hen kunnen betekenen. Discipelschapshuizen bieden mogelijkheden om generaties bij elkaar te brengen. De gastgezinnen, coaches en leraren moeten stevig gefundeerd zijn in de genade, omdat studenten dat fundament nodig hebben om niet te vervallen in eigen gerechtigheid. Zij moeten graag geloof investeren in jongeren en vrij zijn van verbittering of cynisme. Zij moeten zelf doordrongen zijn van de zekerheid van het geloof om jongeren te kunnen aanmoedigen.
Huisvesting lijkt misschien een probleem. Toch zijn er mogelijkheden om aan ruimte voor studenten te komen. Utrecht bijvoorbeeld telt een tekort van 2000 kamers. In het Stadsblad las ik een opmerkelijk bericht. In de stadswijk Oog in Al krijgen 150 jongeren onderdak in een voormalig kantoorpand. Een landelijke primeur, stevig gesubsidieerd, gerealiseerd door twee jongeren die daarvoor Stichting Tijdelijk Wonen in het leven riepen.
Blijven we even bij het voorbeeld van Utrecht. Daar is 1 op de 6 inwoners student (50.000 jongeren). 1000 daarvan zijn betrokken in christelijke verenigingen. Stel dat we in een universiteitsstad als Utrecht beginnen met een jongens- en meisjeshuis waar we 50 jongeren kunnen trainen. En stel dat we in 2 jaar tijd het aantal huizen met participerende jongeren kunnen verdubbelen. Dan trainen we jaarlijks 100 jongeren. Met het potentieel dat getraind wordt kunnen we die lijn voortzetten, zodat na 6 jaar 800 jongeren door het discipelschapsprogramma in Utrecht zijn gegaan. Stel dat we hetzelfde doen in Rotterdam en Amsterdam. Met dat aantal getrainde ex-studenten verspreid in netwerken in diverse beroepsgroepen kunnen we substantieel gaan nadenken hoe we Nederland sterker kunnen beïnvloeden met het evangelie...
Downloaden
WAAROM SLA JE NOG OM JE HEEN, VINCENT?
Sinds Kaïn Abel doodsloeg, vloeit er bloed. Geweld roept om wraak en dat houdt mensen gevangen in angst. Maar God heeft alles op Jezus gelegd. Jezus' bloed spreekt sterker dan het bloed van Abel. Waarom zou je dan nog boos zijn? Of in angst leven?
